Reisverslagen

Ubud

Ceremonial parasolsRamadan heeft toch wel een flinke impact op m'n reis. Soms is dat prettig (voor de rust en de unieke timing), en soms onhandig (als je een broodje half om wilt eten om 12 uur 's middags bijvoorbeeld). Op 1 oktober was het suikerfeest. Dan gaat heel Java met vakantie, en dus wilde ik voor 1 oktober Java af zijn en naar het overwegend Hindoestaanse Bali. Alle kustplaatsen in Bali lopen dan vol met Moslimtoeristen dus heb ik het heuvelland van Ubud opgezocht. Ubud is het culturele centrum van Bali. Nou ja, het is het culturele alternatief voor de grote toeristenkermis van Kuta. Maar om eerlijk te zijn is het wat te toeristisch voor mij. Ik had me er in ieder geval meer van voorgesteld. Desondanks ben ik er zes dagen blijven hangen. Dolce far niente. Lekker gelezen, ik begin nu in boek numero vijf, een massage gedaan, een beetje rondgelopen, veel verschillende fruitsapjes geprobeerd, en meer van dat werk. En ik heb ook nog gewerkt: een dag lang ploeteren op een huurfiets om over de heuvels op Bali te raken. Fietsen is een ideale manier om wat rijstvelden fotograferen en te ontsnappen aan de prullariawinkeltjes. Verder nog op bezoek geweest in een museum (Neka museum, erg mooi) en een Kecak voorsteling bezocht, en her en der een foto genomen van de vele monumenten, processies en ceremonies. En dan zijn er, voor je het weer, zes dagen voorbij. Niet dat Ubud nu zo spectaculair is. Maar een beetje temporiseren na het vlotte reizen van de afgelopen weken kon geen kwaad. Daar is Ubud met z'n westerse comfort erg geschikt voor. Een paar dagen ergens blijven hangen geeft je wel mooi de gelegenheid om eens goed te observeren.

Bromo en Kawah Ijen

Bromo 2De avond voor vertrek uit Yogyakarta heb ik een afspraak met Hester. Hester is een studiegenote die nu met haar Indonesische vriend op Java woont. Ze brengt het jaar echter deels door in Aceh, waar ze ontwikkelingswerk doet voor Oxfam naar aanleiding van de grote tsunami 5 jaar geleden. Door een beetje te puzzelen met mijn reisschema (lees: een paar extra dagen rondwandelen en lezen) kan ik haar treffen als zij ook in Jogja is. We hebben een lekkere hap gegeten en ik heb eens wat beter kennis kunnen maken met haar vriend Happy. Happy heeft een boekenwinkeltje in de backpackersbuurt in Jogja. Verder regelt hij ook tours voor touristen, onder andere naar de vulkanen Bromo en Kawah Ijen. Met wat telefoontjes is alles vlug geregeld en zo gaat de koers verder oostwaarts voor wat serieus reis- en klimwerk. In drie dagen trek ik van Yogyakarta op centraal Java over Bromo en Kawah Ijen naar Bali. Dat houdt in: meer dan 600 kilometer met de bus, terreinwagen en veerboot, twee keer van zeeniveau naar bijna 3 kilometer hoogte, van een graad of 30 naar een graad of 5 en de klok 1 uur vooruit. Stevige kost voor de wereldreiziger dus.

Yogyakarta

Underground mosqueYogyakarta, meestal Jogja genoemd, is andere (spek)koek. De stad is het hart van Java, zowel geografisch als cultureel. Voor de toerist leidden alle wegen naar Jogja. Waar de grote trekpleisters van de Javaanse toeristenindustrie op betrekkelijk korte afstand vandaan liggen: Borobudur, Prambanan en de vulkaan Bromo. De tocht vanuit Pangandaran gaat in twee etappes: eerst rijd je met een busje naar het station van Sidareja, en daar stap je op de doorgaande trein van Bandung naar Yogyakarta. Als je aan de linkerkant van de trein zit heb je uitzicht op de klassieke toeristenfoto's van Indonesië. Uitgestrekte rijstvelden, omlijst door palmen, met op de achtergrond nu eens een berg, dan weer een vulkaan. De rijstvelden zijn op het moment alleen bruin, niet groen, op een enkel veldje na. De nieuwe rijst wordt namelijk nu, aan het eind van het droge seizoen pas in groten getale geplant. En dat gebeurt gewoon met de hand, elk plantje apart. Dus ik ben maar wat blij dat ik webdude ben en geen rijstboer.

Pangandaran

Fishermen in Pangandaran's sunsetPangandaran dus, zeg dat maar eens 10 keer achter elkaar. Na een flinke rit vanuit Bandung, acht uur lang opgevouwen in een minibusje, ben ik aangekomen in dit onuitspreekbare maar heerlijke stadje aan de zuidkust van Java. Pangandaran ligt op een landtong die uitsteekt in de Indische oceaan. Er hangt meestal een verfrissend briesje en overal op het schiereiland kun je de zee horen bulderen. Helemaal aan het einde ligt een nationaal park, met apen, toekans, papegaaien en ander wild. Maar, ik ben er niet geweest. Verder hebben ze hier zwaar te lijden onder het enorm teruggelopen toerisme. Sommige bewoners hebben het vissersbestaan weer opgepakt. Het weststrand ligt dan ook vol met kleurige boten. En voor de oostkust zie je een palendorpje in de zee liggen. Daar vangen ze 's nachts vis met lichten en optakelbare netten. En die vis beland dan 's avonds bij Bassie op het bordje. Op de vismarkt hier, wijs je er één aan en nog een paar enorme garnalen, en die worden dan voor je neus, gekruid, geroosterd, of gebakken. Heerlijk! Verder hebben ze hier 2 jaar geleden een kleine tsunami gehad, niet de grote van kerst 5 jaar geleden, maar een kleinere. Desondanks is toen is een deel van het dorp verwoest. Daarom hebben ze nu een muur langs het strand lopen over de volledige lengte van de kust. En alle stalletjes die voorheen op het strand stonden mogen daar nu niet meer staan. Toch is de wederopbouw al een eind gevorderd en je ziet niet veel sporen van de tsunami terug.

Bandung

Tea plantation in Bandung countrysideNa Bogor had ik eigenlijk het plan om naar de Botanische tuin van Cibodas te gaan. Dat schijnt helemaal geweldig te zijn, en je kunt het mooi combineren met een beklimming van de Gunung Gede. Het ligt allemaal in een nationaal park ten oosten van Bogor op grote hoogte. Maar om een beetje schot in de reis te krijgen ben ik met een express bus direct naar Bandung gegaan. En dat was een goeie keus. Bandung is welliswaar ook een miljoenenstad die erg druk en vervuild is. Maar het is allemaal stukken menselijker dan Jakarta (en ook dan Bogor wat mij betreft). Op 800 meter boven zeeniveau is het er ook relatief koel. En dat maakt de stad bijzonder leefbaar. Om er te komen neem je de bus die rijdt over de Puncak pas. Helemaal boven rijdt je tussen de theeplantages door. En ook hier weer krijg je een indruk van hoe ongelooflijk dicht bevolkt Java is. Het is werkelijk overal helemaal dichtgebouwd. Bijna tot bovenaan in de pas stikt het van de huisjes, stalletjes, resorts, tankstations en noem maar op. Het is natuurlijk logisch dat al die bebouwing juist langs de doorgaande weg staat maar zelfs voor Nederlandse begrippen is het vol. En af en toe heb ik het gevoel dat ik alle 250 miljoen Indonesi&eulm;rs al op een brommertje voorbij heb zien rijden. Als je richting Bandung rijdt lijkt het wel allemaal wat schoner en welvarender te worden. Onderweg kun je ook zien dat het regenseizoen eraan komt. Alles is erg droog en de nieuwe rijst wordt op de sawa's ingeplant.

Bogor

Bogor, Kebun Raya "Jalan Astrid"Bogor is een vaste stop voor mensen die in Jakarta aankomen. Het ligt een kilometer of 60 onder Jakarta en is goed te bereiken met de trein. Dus, met m'n spullen gepakt neem ik een Bajaj naar Gambir Station, aan het Merdeka plein. Naar het zuiden sporend in een rijtuig met airco krijg je pas een idee hoe enorm Jakarta is. Na een half uur flink doorrijden zit je nog steeds midden tussen de sloppenwijken. Er komt maar geen eind aan die stad. Dan langzaam, als de trein wat begint te klimmen wordt ook de bebouwing minder. Maar je raakt nooit echt "buiten de bebouwde kom". Bogor zelf, is inmiddels ook flink uit de kluiten gewassen. Het voormalige Buitenzorg is bekend om de Botanische tuinen. En was al in de koloniale periode een toevluchtsoord voor mensen die Batavia ontvluchtten. Maar de connotatie van rust en groen die dat oproept klopt tegenwoordig niet meer. De chaos en vervuiling die Jakarta kenmerkt heeft in een wat menselijker vorm ook in Bogor toegeslagen. De Kebun Raya (grote tuin) zelf is daarom een oase van rust en een fijne plek om even te ontsnappen aan de gekte.

Jakarta

Ik heb lang getwijfeld of m'n eerste stop in Indonesië Jakarta of Bogor zou worden. Veel mensen raadden me namelijk af om Jakarta te bezoeken. Maar ik ben toch gegaan. Het is zeker geen uitnodigende stad. M'n reisgids verwoordt het als volgt:

Het is een van de drukste en meest vervuilde steden van Azië. In vergelijking met de rest van het land is Jakarta veel te snel en ongeorganiseerd gegroeid.... In tegenstelling tot Singapore - dat nog niet zolang geleden model stond voor Jakarta - heeft men hier nog geen tijd gevonden om zich te bekommeren om landschappelijke details.

En dat klopt wel. Wat ik van Jakarta heb gezien is vies, chaotisch en vooral in verval. Het is een helse kluwen van toeterend en stinkend verkeer. En dat is grappig en eng tegelijk. Ik heb me kapot gelachen om wat ze hier uithalen. Te voet oversteken op de snelweg? Geen probleem, gewoon een nonchalant gezicht opzetten en lekker doorsloffen. Wegmarkering? Dat is voor de sier. Banen zijn er wel maar worden niet gebruikt. En hoewel je hier links rijdt kan je net zo goed links als rechts inhalen. Daarbij moet je je wel even bedenken dat je al met z'n vijven naast elkaar op een 2-baans weg met vluchtstrook rijdt. Tenminste, je staat meestal stil, dus van rijden is eigenlijk geen sprake. Toch lijkt het wel te werken. Beetje intimideren en toeteren en langzaam je auto, brommer of bajaj (vergelijkbaar met een tuktuk) ertussen duwen en je komt er wel. Ik ben wel blij dat ik hier zelf niet hoef te rijden. Want ik ben toch meer het type "gaat u maar voor", en daar heb je hier niet zoveel aan.

Singapore

Hindu Temple on CBD backdropSingapore is net Simcity. De associatie met het computerspel spookte constant door m'n hoofd (en dat Christiaan aan Sims Avenue in een apartementen complex Simsville woont helpt ook wel een beetje). Singapore is een stad met uitgestrekte woonwijken die gepland staan opgesteld met veel groen er omheen. Vanwege de beperkte ruimte gaan veel gebouwen de hoogte in. En vooral de skyline in het centrum is spectaculair. Maar de stad is zeker niet zo steriel als de verhalen doen vermoeden, alleen nogal compromisloos. Veel is functioneel, strak en vooral heel erg duidelijk. En wat dat laatste betreft lijkt het wel een beetje op Nederland. Het is een heel prettige stad om rustig te kunnen wennen aan het klimaat en het tijdsverschil. En nog een voordeel, iedereen spreekt hier Engels. Je moet soms even goed luisteren om de lokale klanken eruit te filteren maar in principe kan je je overal prima verstaanbaar maken. Een weekend in deze stad betekent dus: lekker uitrusten, lekker eten, bijpraten met Christiaan en z'n vriendin Christy wat beter leren kennen.

Palenque

Met nog 2 dagen te gaan zit ik nu in de jungle in Palenque. Palenque-stad is vernoemd naar één van de meest beroemde Maya ruines. De stad zelf is niet al te bijzonder en ligt op een kilometer of 7 van het ¨parque archeologico¨. Ik kom eigenlijk net terug van de ruines. Het ligt echt enorm mooi en ik heb bijna een rolletje foto's volgeschoten.

Kou

Angst is een slechte raadgever. Ik had voor m'n vertrek besloten om alleen een paar t-shirts en een dun jasje mee te nemen en ik heb het wel 's fris gehad maar tot dusver was dat een goeie beslissing. Maar dankzij alle reizigers die ik onderweg ben tegengekomen kreeg ik het idee dat het 's nachts zo'n 10 graden onder nul zou zijn in San Cristobal. Dus toen ik aankwam heb ik voor 5 euro (ja, ik leer al aardig afdingen) een trui gekocht. Maar het is nu bijna 9 uur 's avonds en ik loop gewoon op m'n slippertjes door de stad. Ik heb dus voor 2 dagen een trui gekocht die ik niet nodig heb.